Met Pensioen

Wanneer je begint te werken, is je pensioen wel het verste van je gedachten. Toch zal het algauw ter sprake komen tijdens professionele gesprekken en zul je verplicht worden om er even bij stil te staan.

Je sociale en professionele partners – je werkgever, je bankier, je verzekeringsagent of je sociaal verzekeringsfonds – zullen je daarbij graag helpen.

Pensioen is op sociaal en maatschappelijk vlak heel belangrijk – daar wijzen de media ons vaak genoeg op – en het is belangrijk om je erop voor te bereiden en erop te anticiperen … Dus begin er vroeg genoeg mee!

We willen hier de grote lijnen van de pensioenstelsels schetsen zodat je over de nodige informatie beschikt om er zelf over na te denken.

De wettelijke pensioenleeftijd is sinds 2025 verhoogd en hangt af van je geboortedatum.

Geboortedatum Wettelijke pensioenleeftijd
Geboren vóór 1 januari 1960 65 jaar
Geboren tussen 1 januari 1960 en 31 december 1963 66 jaar
Geboren op of na 1 januari 1964 67 jaar

Als loontrekkende of ambtenaar mag je ook na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd blijven werken, als je werkgever daarmee akkoord gaat. Ben je zelfstandige, dan kies je zelf of je blijft werken of met pensioen gaat.

Voor bepaalde categorieën van de ambtenaren is er een hogere leeftijdsgrens (bv. magistraten) of een lagere (bv. sommige militairen).

Het bedrag waarop je als gepensioneerde aanspraak kunt maken, varieert naargelang je statuut als ambtenaar, loontrekkende of zelfstandige.

In België steunt het pensioensysteem op 3 (of eigenlijk 4) pijlers:

  • 1e pijler: het wettelijk pensioen
  • 2e pijler: het aanvullend of extralegaal pensioen
  • 3e pijler: het individueel pensioensparen
  • 4e pijler: het vrij sparen

Dit is voorzien:

de 1e pijler of het wettelijk pensioen

Het wettelijk pensioen is de eerste pensioenpijler. De financiering ervan berust op het repartitieprincipe.

Dat betekent dat de bijdragen die worden gestort door de actieven – loontrekkenden, zelfstandigen en overheidsambtenaren – onmiddellijk worden gebruikt om de pensioenen te betalen van wie al met pensioen is. Het repartitiesysteem steunt dus op een sterke solidariteit tussen generaties.

Het is dus logisch dat het financiële evenwicht daarvan afhangt van de verhouding tussen het aantal bijdragenbetalers en het aantal gepensioneerden. De twee voornaamste evolutiefactoren zijn de groei van de lonen en de actieve bevolking. En dat is belangrijk voor het voortbestaan van het repartitiesysteem, met name door de veroudering van de bevolking en de daling van het geboortecijfer!

Dat repartitiesysteem garandeert op die manier een pensioen voor al wie werkt.

Het wettelijk pensioen wordt berekend op basis van de beroepsloopbaan. Het hangt af van je loon, het aantal jaren dat je gewerkt hebt en je statuut.

In België bestaan er 3 stelsels naast elkaar:

  • Het stelsel voor loontrekkenden, beheerd door de Federale Pensioendienst - Werknemerspensioenen (FPD - werknemerspensioenen).
  • Het stelsel voor zelfstandigen, beheerd door het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ).
  • Het stelsel voor ambtenaren, beheerd door de Federale Pensioendienst - Ambtenarenpensioenen (FPD - ambtenarenpensioenen).

Het pensioen wordt berekend volgens de regels van het stelsel waarvoor je werkt.

Als je tijdens je loopbaan in verschillende stelsels hebt gewerkt - wat steeds vaker voorkomt - moet je je tot de verschillende beheersinstellingen richten.

Dit kun je zelf voorzien:

de 2e en 3e pijlers

Aangezien het wettelijke pensioen niet volstaat om eenzelfde inkomenspeil aan te houden als tijdens je actieve loopbaan, bestaan er bepaalde mechanismen om je pensioen aan te vullen.

De 2e pijler: aanvullend pensioen of groepsverzekering

De belangrijkste bedoeling van dit stelsel, dat gebaseerd is op kapitalisatie (groepsverzekering of levensverzekering), is om een kapitaal of pensioenrente op te bouwen. Dit bestaat enkel voor loontrekkenden en bepaalde categorieën van zelfstandigen (bestuurders, zaakvoerders) MAAR is niet systematisch.

Het is een extralegaal voordeel dat de werkgever kan aanbieden en waarbij premies worden gestort. Let wel op, want in bepaalde gevallen betaalt de loontrekkende zelf een deel van de premie.

De leeftijd waarop het kapitaal of de rente beschikbaar wordt, hangt af van het reglement van het groeps- of levensverzekeringscontract. Die leeftijd mag niet lager zijn dan 60 jaar.

Voor zelfstandigen zijn er dan nog andere specifieke regelingen:

1. Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ)

Voor alle zelfstandigen is er voor de 2e pijler het zogenaamde Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ). Voor zelfstandigen is het nog belangrijker om te sparen voor hun pensioen, omdat het wettelijke pensioen als zelfstandige lager is – ongeveer de helft van het pensioen van loontrekkenden.

2. Pensioenovereenkomst voor zelfstandigen (POZ)

Sinds 1 juli 2018 kunnen zelfstandigen zonder vennootschap (die dus geen groepsverzekering kunnen afsluiten) gebruik maken van een nieuwe formule inzake aanvullend pensioen: de POZ.

Deze kan gecombineerd worden met het bestaande systeem van Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ). De grote lijnen van het POZ:

  • Forfaitaire belastingvermindering van 30% (+ gemeentebelasting).
  • Opbouw van een aanvullend pensioen bovenop het VAPZ.
  • Combinatie mogelijk met een verzekering tegen arbeidsongeschiktheid en overlijden.
  • Mogelijkheid om het kapitaal vervroegd op te vragen of te gebruiken als borg voor een hypothecaire lening.
  • De premies zijn aftrekbaar mits het eerbiedigen van de 80%-regel.
  • Voordelig belastingtarief (10%) bij pensionering (+ RIZIV-bijdrage en solidariteitsbijdrage).

De 3e pijler: pensioensparen

In het kader van de derde pijler bouw je zelf een aanvullend pensioen op en geniet je een fiscaal voordeel. Deze vorm van pensioensparen doe je op eigen initiatief. Ze berust op volgend principe: je zet ieder jaar een bepaald bedrag op een pensioenspaarrekening bij een financiële instelling.

Door aan pensioensparen te doen, bouw je voor jezelf een kapitaal of pensioenrente op. Onder bepaalde voorwaarden geniet je bovendien van een fiscale aftrek berekend op de gestorte som.

Er zijn 2 soorten van pensioensparen:

  • Het klassieke fiscale regime van het pensioensparen:
    Je kan kiezen uit twee fiscale plafonds: een plafond van 1.050 EUR met een belastingvermindering van 30% (dus een maximale besparing van €315 + de corresponderende besparing op de gemeentelijke opcentiemen); of

    Een verhoogd plafond van €1.350 met een belastingvermindering van 25% (dus een maximale besparing van €337,50 + de corresponderende besparing op de gemeentelijke opcentiemen). Fiscaal is dit 25%-regime alleen voordeliger als je meer dan €1.260 spaart.

  • Het "langetermijnsparen" (bijvoorbeeld via een individuele levensverzekering). Voor 2026 bedraagt het maximale bedrag dat voor het belastingvoordeel in aanmerking komt €2.450, met een belastingvermindering van 30%. Het bedrag dat je effectief met belastingvoordeel kunt sparen hangt af van je netto belastbare beroepsinkomen, de beschikbare fiscale korf en eventuele fiscale voordelen voor een hypothecaire lening of levensverzekering.

    Raadpleeg je fiscale attesten, MyMinfin/Tax-on-web of je adviseur om het bedrag te bepalen dat voor jouw situatie in aanmerking komt.

Fiscale aftrek

Om te kunnen genieten van een fiscale aftrek, moet de pensioenspaarrekening of pensioenspaarverzekering geopend worden:

  • Door een inwoner van een lidstaat van de EER van minstens 18 jaar oud en maximaal 65 jaar oud.
  • Voor een periode van minstens 10 jaar.

De fiscale aftrek geldt voor slechts één rekening of verzekering. Het is niet meer mogelijk om na 65 jaar nog een fiscaal attest te krijgen.

De 4e pijler:

het vrij sparen

Dit is sparen, ieder voor zichzelf en zonder fiscaal voordeel, via een spaarrekening, een beleggingsfonds, verzekeringsproducten of andere oplossingen.

Vastgoed behoort hier ook tot de mogelijkheden.